Gekooide hoofden

In Griekse tragedies draait het vaak om moord en wraak, zo ook in de door Aischylos geschreven Oresteia. Regisseur Gerardjan Rijnders bewerkte deze trilogie tot een korte, muzikale, tegendraadse en actuele voorstelling. In zijn Oresteia bij het Noord Nederlands Toneel dragen de leden van de koninklijke familie grote draadmaskers. Het lijken een soort reuzenkronen die over het gezicht van de dragers zijn gezakt.

Ontwerp: Sabine Snijders en Ko van den Bosch. Foto: NNT

Ontwerp: Sabine Snijders en Ko van den Bosch. Foto: NNT

Terwijl de gekooide hoofden praten, verkeren de lichamen in gestileerde of krampachtige houdingen. De koningen, prinsen en prinsessen klagen voortdurend over hun eigen stommiteiten en over het leed dat hun is aangedaan. Als verlossing van alle ellende zien ze maar één uitweg: de dood van zichzelf of van iemand anders. Ze razen maar door en zwelgen in de emoties die door hun rondtollende gedachten worden veroorzaakt. Het denken van deze mensen zit letterlijk gevangen in de kooi die zij zelf over hun hoofd hebben getrokken. Ze zijn zo vervreemd van hun hart, buik en ziel dat hun lichaam nauwelijks meer in staat is om te bewegen.

Dat is voor mij de actualiteit van deze voorstelling. Een bijna eeuwige actualiteit. Oorlog, haat, moord en wraak alsmede alle verontwaardiging daarover komen voort uit ons gevangen denken, onze gekooide hoofden.

 

Advertenties

Bijna alle 13 goed

Wat hoort er in dit rijtje niet thuis?

Kunst:
1. inspireert – 2. reflecteert – 3. verbindt – 4. verwarmt – 5. enthousiasmeert – 6. verrast – 7. ontregelt – 8. vernieuwt – 9. biedt een ander zicht op de dingen van vandaag – 10. kan bijdragen aan begrip en bewustzijn – 11. houdt de samenleving tegen het licht – 12. houdt zichzelf tegen het licht – 13. biedt nieuwe perspectieven voor de toekomst

Vaak hoor ik beeldend kunstenaars en theatermakers zeggen: “Ik wil ontregelen”. En dan zie ik de luisteraar instemmend knikken. Ja, ontregelen, dat is goed. Wat dan? vraag ik, wat wil je ontregelen? Vooroordelen, vreemdelingenangst, zelfgerichtheid, graaicultuur, marktdenken, bio-industrie, wapenhandel, kinderarbeid, consumentisme, onverschilligheid en nog een stuk of drie meer. Een willekeurig lijstje waarin ik ineens ook een verband zie. Dit zijn nou juist de dingen die het leven ontregelen, ontwrichten en pijn doen. Maar die we op de één of andere manier wel allemaal in stand houden. De kunstenaar bedoelt dus dat hij de ontregeling wil ontregelen, hij wil harmonie. Hij wil met hart en ziel dat het goed komt met ons.

Kunst kan niet liegen, niet verkeerd voorlichten, niet creatief boekhouden, niet nalatig zijn, geen doping gebruiken, geen smoesjes verzinnen, niet onderhandelen, niet draaikonten. Kunst kan al die zaken wel suggereren, imiteren, laten zien en bevragen. Kunst laat mij zien dat al die andere zaken de boel ontregelen. Kunst – hoe opwindend het soms kan lijken – is voor mij momenten van rust, bezinning, inzicht en inspiratie.

Kunst ontregelt niet maar laat ons weer bij onszelf komen, laat voelen wie we werkelijk zijn.

Subsidiebeleid kunsten: zorgzaam voor de zee, niet voor het schuim

Laat ik de kunsten vergelijken met de zee. De zee is – daarin ontstaat al het leven. Er zijn verschillende zeeën, die allemaal water zijn.
De verschillende kunstdisciplines vergelijk ik met de vijf wereldzeeën. In elke zee vloeien stromen, die de richtingen en tendensen binnen elke discipline zijn. De golven verbeelden de individuele uitingsvormen. En de schuimkoppen zijn de modeverschijnselen en de hypes.

Waar gaat, als subsidiënt, je zorgzame aandacht naar toe? Naar het schuim? Dat is in een oogwenk verdwenen. Zorg je voor de golven? Die komen gestaag, hebben hun hoogtepunt en gaan. Zorgen voor de stromingen dan maar? Die zijn sterk, maar verraderlijk.

Subsidiebeleid is op zijn best als het zorgzaam is voor de zee als geheel. Dan geef je ruimte aan het ontstaan van al het moois, interessants, belangwekkends, verontrustends en vernieuwends wat je je maar zou wensen.

Semi-professioneel theater?

Gisteren de laatste voorstelling van De hôôgste nôôt veur het Grôôt in de grote zaal van het Theater aan de Parade in Den Bosch. Acht keer gespeeld voor vrijwel uitverkochte zalen. Meer dan 5.000 mensen bereikt. Dat is astronomisch veel meer dan de gebruikelijke eigen aanhang van de spelers bij een amateurproductie. Ja, de spelers zijn amateurs en veel medewerkers zijn vrijwilligers. Maar verder werd alles door professionals gedaan: de regie, de techniek, het decorontwerp, de videofragmenten, de kap en grime, de PR. Er is veel kwaliteit in het product gestoken en toewijding.

Zijn het hier professionals die zich inzetten voor het amateurtheater? Of zijn het amateurs die zich in het professionele vakgebied begeven? Is hier sprake van nivellering, van vervuiling of van -trendy begrip- kruisbestuiving? Wanneer houdt amateurtheater op, wanneer begint professioneel theater? Meestal vormt de status van de uitvoerenden, de acteurs hierbij het onderscheid.

Betaald of niet betaald is de officiële maatstaf voor professioneel of amateur. Semi-professioneel is een begrip wat ik nog maar weinig tegenkom. Semi betekent dan onbetaald. Goed of niet goed spel is altijd heel relatief, maar het gaat wel altijd om het spel. Als het spel niet overtuigt, heeft al het andere weinig waarde. Voor mij is de belangrijkste maatstaf voor professionaliteit van de acteur: talent en de wil om met volledige toewijding aan je rol en de productie te werken. Daar loopt een duidelijke grens waar ik als regisseur van veel amateurproducties vaak mee te maken heb. Soms zie ik echt talent, soms zie ik echte toewijding en soms vallen ze samen. Dat zijn de cadeautjes waar ik het voor doe. Wat zou het mooi zijn voor de kunst als er vanuit het amateurpotentieel meer semiprofessionele acteurs komen, die de wil hebben om hun talent te ontwikkelen en voor wie tijd geen belasting is maar investering!